Regionale Structuur Warmte

Regionale samenwerking biedt ook op het gebied van de warmtetransitie voordelen. Een warmtenet kan over gemeentegrenzen heen gaan. In de Regionale Structuur Warmte wordt gesteund op de gemeentelijke Transitievisies Warmte.

Gebouwde Omgeving

In de meeste huishoudens is aardgas nu nog een vanzelfsprekende keuze voor verwarmen en koken. Daar komt de komende 30 jaar geleidelijk verandering in, door middel van een wijkgerichte aanpak. De ambitie uit het Klimaatakkoord is om tot 2030 verspreid over Nederland minimaal 1,5 miljoen woningen en andere gebouwen te verduurzamen.

Proces

Het streven is dat iedere gemeente voor eind 2021 een Transitievisie Warmte heeft. Daarin staat welke wijken wanneer van het Gronings aardgas af gaan en welk warmtealternatief daarvoor in de plaats komt. Voor de wijken waarvan de transitie vóór 2030 gepland is, zijn de potentiële alternatieve energie infrastructuren (all electric, (type) warmtenet, etc.) bekend. De gemeente maakt ten minste elke vijf jaar een update van de Transitievisie Warmte. Deze wordt steeds concreter en er worden steeds nieuwe wijken en gegevens toegevoegd. Gemeenten hebben de regierol en bepalen hoe het proces in de wijk loopt via wijktransitieplannen.

Niet iedere gemeente hoeft het wiel opnieuw uit te vinden. Regionale samenwerking biedt voordelen. In onze regio komen de gemeentelijke Transitievisies Warmte met elkaar samen in de Uitvoeringslijn Warmte als onderdeel van de Regionale Structuur Warmte/RES.

cta-image-19
RES-iconen-Aardgas

Programma aardgasvrije wijken

Over transitievisie warmte en
aardgasvrije wijken.